|
Bij de meeste opiniepeilingen wordt gebruik gemaakt van het Internet om gegevens te verzamelen. Daaraan kleeft een aantal problemen. Eén daarvan is het feit die niet iedereen Internet. Dat leidt ertoe dat de steekproef geen goede afspiegeling is van de Nederlands bevolking. Vooral ouderen, laag opgeleiden en allochtonen zijn slecht vertegenwoordigd. In onderstaande simulatie-experimenten wordt geïllustreerd wat dat voor effecten kan hebben.
Bij veel peilingen worden correcties uitgevoerd om de steekproef alsnog representatief te maken. Helaas zijn die correcties lang niet altijd succesvol. In de twee voorbeelden hieronder lukt het de ene keer wel en de andere keer niet.
Samplonië
Er is een denkbeeldig land Samplonië gemaakt. Daarin wonen 30.000 kiegrechtigde personen. Er zijn twee belangrijke politieke partijen: de Nationale Ouderen Partij (NOP) en de Nieuwe Internet Parij (NIP). Het zijn vooral oudern die stemmen op de NOP en de NIP is vooral populair bij jongere mensen met Internet.
Aselecte steekproef uit hele bevolking (NIP)
Eerst wordt gedemonstreerd wat er gebeurt als een aselecte steekproef wordt getrokken uit de hele bevolking. Dat trekken van een steekproef wordt een groot aantal malen herhaald. In elke steekproef wordt het percentag stemmen op de NIP berekendt. Het resultaat van elke steekproef wordt weergegeven als een blauw blokje.
Om een reeks simulaties uit te voeren, moet eerst de omvang van de steekproef worden ingesteld. Dat kan door klikken op het groene vierkantje onder Steekproef. Na elke keer klikken verschijnt een andere waarde. Er kan worden gekozen uit een omvang van 100, 200, 400 of 800. Door klikken op Start wordt de simulatie gestart.
De schatting liggen steeds keurig gecontreerd op het werkelijk percentage stemmen op de NOP in de populatie (39,5%). Als de omvang van de steekproef groter wordt, liggen de schattingen dichter bij die waarde. De schattingen zijn dus nauwkeuriger
Aselecte steekproef uit Internet-bezitters (NIP)
Met het simulatie-experiment hieronder is te zien wat er gebeurt als de steekproef alleen uit de Internet-bezitters wordt getrokken.
De schattingen vallen nu steeds systematische te hoog uit. Dat effect treedt op ongeacht de omvang van de steekproef. De verklaring voor deze foutieve schattingen ligt voor de hand: de stemmers op de NIP zijn vooral Internet-bezitters. Zij zijn oververtegenwoordigd in de steekproef.Op basis van een onderzoek als dit worden dus verkeerde conclusies getrokken omtrent het percentage stemmers op de NIP.
Aselecte steekproef uit Internet-bezitters, met correctie (NIP)
De uitkomsten van een peiling kunnen worden verbeterd door een correctie uit te voeren. Hierbij wordt de steekproef reprsentatief gemaakt voor allerlei kenmerken door het toekennen van gewichten. In de simulatie hieronder wordt de steekproef steeds representatief gemaakt met betrekking tot de leeftijd van respondenten.
De correctie werkt hier helaas niet. De vertekening in de schattingen wordt maar een klein beetje verminderd. Dat komt omdat stemmen op de NIP zowel wordt bepaald door leeftijd als Internet. De steekproef kan representatief worden gemaakt met betrekking tot de leeftijd, maar niet met betrekking tot Internet-bezit. De mensen zonder Internet zitten gewoon niet in de steekproef.
Aselecte steekproef uit hele bevolking (NOP)
Ook bij het schatten van het percentage stemmers op de NOP treden soortgelijke effecten op. Eerst wordt gedemonstreerd wat er gebeurt als een aselecte steekproef wordt getrokken uit de hele bevolking.
De schatting liggen steeds keurig gecontreerd op het werkelijk percentage stemmen op de NOP in de populatie (25,4%). Als de omvang van de steekproef groter wordt, liggen de schattingen dichter bij die waarde. De schattingen zijn dus nauwkeuriger
Aselecte steekproef uit Internet-bezitters (N0P)
Met het simulatie-experiment hieronder is te zien wat er gebeurt als de steekproef alleen uit de Internet-bezitters wordt getrokken.
De schattingen vallen nu steeds systematische te laag uit. Het gemiddelde van alle schattingen zal in de buurt liggen van 20,3% in plaats van 20,3%. Dat effect treedt op ongeacht de omvang van de steekproef.
De verklaring voor deze foutieve schattingen ligt voor de hand: het zijn vooral de ouderen die op de NOP stemmen. Maar zij zijn slecht vertegenwoordigd onder de Internet-bezitters. Zij zijn ondervertegenwoordigd in de steekproeven.Op basis van een onderzoek als dit worden dus verkeerde conclusies getrokken over het percentage stemmers op de NOP.
Aselecte steekproef uit Internet-bezitters, met correctie (N0P)
De uitkomsten van een peiling kunnen worden verbeterd door een correctie uit te voeren. Hierbij wordt de steekproef reprsentatief gemaakt voor allerlei kenmerken door het toekennen van gewichten. In de simulatie hieronder wordt de steekproef steeds representatief gemaakt met betrekking tot de leeftijd van respondenten.
De correctie is hier succesvol. De vertekening in de schattingen verdwijnt. Dat komt omdat stemmen op de NOP alleen wordt bepaald door leeftijd. Als de steekproef representatief wordt met betrekking tot de leeftijd, wordt hij dat automatisch ook voor het stemgedrag.
|